Sociale regelgeving in 2011
Nu het nieuwe jaar is gestart, is het weerom tijd om u te informeren inzake enkele aanpassingen die op 1 januari 2011 van kracht zijn geworden alsook melding te maken van bepaalde hervormingen die met betrekking tot sociale regelgeving in 2011 kunnen worden verwacht.
Overzicht van een aantal belangrijke indexeringen op 1 januari 2011
CO2-bijdrage werkgever
De CO2-bijdrage betreft een maandelijks forfaitair bepaald bedrag per voertuig dat de werkgever rechtstreeks of onrechtstreeks aan zijn werknemer(s) ter beschikking stelt voor het (kosteloos) privé-gebruik.
Deze maandelijkse bijdrage is afhankelijk van het CO2–uitstootgehalte van de wagen en het soort brandstof en wordt vermenigvuldigd met een indexcoëfficiënt. Die indexcoëfficiënt wordt jaarlijks aangepast. Voor 2011 bedraagt de indexeringscoëfficiënt 1,1298.
Deze bijdrage moet verder driemaandelijks door de werkgever aan de RSZ worden betaald, binnen dezelfde termijnen als de termijnen voor de sociale zekerheidsbijdragen.
Berekening fiscaal voordeel van alle aard: indexering CO2eur-coëfficiënt
Vanaf 1 januari 2010 moet het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit het persoonlijk gebruik van een (kosteloos) aan de werknemer of bedrijfsleider ter beschikking gesteld voertuig, worden berekend op basis van de CO2-uitstoot van de wagen in plaats van de fiscale pk van de wagen.
Het forfaitair bedrag van het voordeel wordt berekend door het aantal privékilometers: 5.000 km of 7.500 km, afhankelijk van de enkele afstand woonplaats en vaste plaats van tewerkstelling respectievelijk minder/gelijk aan 25 km of meer dan 25 km bedraagt, te vermenigvuldigen met het CO2-uitstootgehalte per km en met de CO2eur-coëfficiënt.
De CO2eur-coëfficiënt is afhankelijk van het motortype van de wagen en wordt jaarlijks geïndexeerd op 1 januari. Vanaf 2011 bedraagt deze coëfficiënt 0,00216 EUR voor wagens op benzine/LPG/aardgas en 0,00237 EUR voor wagens die met diesel brandstof rijden. Voor de vaststelling van het voordeel mag tenslotte het aantal kilometers voor een jaar niet lager zijn dan 5.000 en per weerhouden kilometer mag het voordeel niet lager zijn dan 0,10 EUR.
Bedrag van de loonbonus
Vanaf 1 januari 2008 kan een onderneming uit de privé-sector aan alle werknemers of een groep van werknemers, op basis van objectieve criteria, een resultaatgebonden voordeel/bonus toekennen.
De bonus wordt niet beschouwd als loon voor een maximumbedrag (netto en dus vrij van sociale zekerheidsbijdragen en gewone bedrijfsvoorheffing) per jaar en per werknemer. Het maximumbedrag wordt jaarlijks gekoppeld aan de gezondheidsindex. Het maximumbedrag voor 2011 bedraagt 2.358 EUR netto.
Indexering van de lonen
In verscheidene paritaire comités worden de lonen (de werkelijke lonen, minimumlonen en/of schaallonen) op een vaste datum aangepast bijvoorbeeld in het PC 218 het Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor de bedienden, op 1 januari 2011.
Aanpassing van bepaalde sociale regelgeving in 2011?
Studentenarbeid
Op 12 februari 2010 heeft het kernkabinet een voorstel tot hervorming van de studentenarbeid goedgekeurd. De hervorming beoogt twee aspecten: enerzijds de vervanging van de twee periodes van 23 werkdagen (respectievelijk tijdens de zomermaanden en buiten de zomermaanden) tegen een verschillend bijdragepercentage, door 50 werkdagen met hetzelfde bijdragepercentage. Anderzijds de invoering van een stelsel van (multi-)dimona-aangifte per gepresteerde dag. Een advies van de Nationale Arbeidsraad hierover zal volgen.
Verlenging anti-crisismaatregelen
De vijf maatregelen: tijdelijke vermindering van de arbeidsduur, de economische werkloosheid voor bedienden, het crisistijdskrediet, de verminderingskaart herstructureringen bij faillissement alsook de crisispremie werden verlengd tot 31 december 2010. De vraag is of de regering deze maatregelen (of sommige ervan) zal verlengen. Deze verlenging zal echter enkel mogelijk zijn bij wet, niet langer bij KB (zoals voordien drie keer gebeurde).
Vakantiewetgeving bedienden
De Belgische wetgeving inzake jaarlijkse vakantie is tot op heden nog steeds niet in overeenstemming met de Europese regelgeving (Europese richtlijn 2003/88) die bepaalt dat werknemers jaarlijks recht hebben op een vakantie van ten minste vier weken met behoud van loon waarbij deze minimumperiode niet door een financiële vergoeding kan worden vervangen, behalve in geval van beëindiging van het dienstverband. Na ingebrekestelling door en onderhoud met de Europese Commissie is België nog steeds in afwachting van een antwoord vanwege deze laatste. Of in 2011 enige verdere actie vanwege de Belgische wetgever kan worden verwacht, is dus afhankelijk van dit antwoord...
Berekening verbrekingsvergoeding bij verminderde arbeidsprestaties in het kader van tijdskrediet
In 2011 zal het Grondwettelijk Hof oordelen of het onderscheid dat de wetgever maakt ten aanzien van een werknemer die zijn arbeidsprestaties vermindert in het kader van het tijdskrediet (of een ander thematisch verlof) en waarbij de verbrekingsvergoeding wordt berekend op basis van het deeltijdse loon, gerechtvaardigd is, in tegenstelling tot een werknemer die zijn prestaties vermindert in het kader van het ouderschapsverlof waarbij de berekening gebeurt op basis van het voltijdse loon.