Nieuw erkenningsformulier voor coöperatieve vennootschappen
De coöperatieve vennootschap, oorspronkelijk ontstaan uit de coöperatieve beweging, vormt in het Belgisch recht een specifieke vorm van een handels-vennootschap, met als kenmerk dat ze een variabel aantal vennoten en kapitaal heeft. De coöperatieve vennootschappen die in overeenstemming met de coöperatieve waarden en principes werken, kunnen een erkenning krijgen. Vanaf 4 november 2010 moeten zij een nieuw formulier gebruiken.
OPRICHTINGSFORMALITEITEN
De oprichtingsprocedure van een coöperatieve vennootschap hangt rechtstreeks af van het soort betrokken vennootschap.
Een cvoa kan bij onderhandse akte worden opgericht, waarvoor twee originele exemplaren moeten worden opgesteld. Er bestaat geen verplicht minimumkapitaal voor de oprichting van een cvoa. Het is echter de verantwoordelijkheid van de oprichters van de vennootschap om deze van voldoende fondsen te voorzien om haar activiteiten te kunnen uitvoeren. Een cvba moet verplicht worden opgericht bij authentieke akte. De statuten voor dit soort vennootschap bepalen een "vast gedeelte" van het maatschappelijk kapitaal, waarvan het bedrag niet lager mag zijn dan 18.550 euro, en dat bij de oprichting volgestort moet zijn ten belope van 6.200 euro. Voor het oprichten van een coöperatieve vennootschap zijn drie oprichters noodzakelijk, in tegenstelling tot andere soorten vennootschappen. Het gaat om een belang¬rijke formaliteit waarvan de niet-naleving tot de nietigheid van de oprichtingsakte kan leiden.
ERKENNING
De coöperatieve vennootschappen die in overeenstemming met de coöperatieve waarden en principes werken, kunnen een erkenning krijgen bij de minister van Economie om lid te worden van de Nationale Raad voor de Coöperatie (NRC). De NRC bevordert de coöpera¬tiegedachte. De erkenning garandeert dat de vennootschappen in overeenstemming met de coöperatieve waarden en principes werken. Vanaf 4 november 2010 moet een coöperatieve vennootschap het nieuwe formulier "verzoek tot erkenning" gebruiken, dat in bijlage bij het KB van 10 oktober 2010 (BS 25 oktober 2010) zit.
De aanvrager moet op het nieuwe formulier o.m. volgende gegevens vermelden:
- de gegevens van de coöperatieve vennootschap;
- voor een coöperatieve vennootschap die is aangesloten bij een nationale of gewestelijke
groepering: de benaming en het ondernemingsnummer van de groepering; - de artikels van de statuten en/of van het huishoudelijk reglement die overeenstemmen
met de erkenningsvoorwaarden.
De aanvrager moet één correct ingevuld exemplaar van het nieuwe erkenningsformulier opsturen naar de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, Algemene Directie Regulering en Organisatie van de Markt, Dienst Boekhoudrecht – Audit – Coöperatieven, North Gate III, Koning Albert II laan 16 te 1000 Brussel.
Samen met het formulier moeten voortaan ook volgende stukken worden opgestuurd:
- een bewijs van oprichting van de coöperatieve ven-nootschap geldig in het land waar de coöperatie wordt opgericht of een referentie naar de officiële website van het land waarin de coöperatieve vennoot¬schap is opgericht. Voor een aanvraag tot hernieuwing van de erkenning is deze bijlage niet nodig;
- een exemplaar van de gecoördineerde statuten van de coöperatieve vennootschap;
- indien het bestaat, een exemplaar van het huishoudelijk reglement van de coöperatieve vennootschap;
- de notulen van de laatste algemene vergadering van de coöperatieve vennootschap;
- de jaarrekeningen van de laatste drie boekjaren van de coöperatieve vennootschap, behalve wanneer ze beschikbaar zijn op de website van de Balanscentrale of op een andere officiële website.
De "Dienst Boekhoudrecht – Audit – Coöperatieven" controleert of de coöperatieve vennootschap voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Als dat zo is, ontvangt de aanvrager een kopie van het ministerieel besluit dat zijn coöperatieve vennootschap erkent vanaf de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.
Voldoet de vennootschap niet aan de erkenningsvoor-waarden, dan ontvangt de aanvrager een gemotiveerde brief met daarin de bepalingen van de statuten en/of het huishoudelijk reglement die in strijd zijn met de erkenning van zijn vennootschap.
VOORDELEN ERKENNING
Erkende coöperatieve vennootschappen kunnen onder meer genieten van de volgende fiscale en sociale voordelen.
Vrijstelling roerende voorheffing: er bestaat een vrijstelling van de roerende voorheffing van 25 % of 15 % op de dividenden verleend door coöperatieve vennootschappen voor de eerste schijf van 170 euro (geïndexeerd bedrag) per aandeelhouder, fysiek persoon en per vennootschap De eerste schijf van 170 euro aan dividenden van de erkende coöperatieve vennootschappen voor de NRC, per gezin, wordt niet beschouwd als inkomsten van roerende goederen en kapitaal en is evenmin onder-worpen, behalve de vrijstelling van de rentevoet, aan een personenbelasting.
Afwezigheid van vennootschapsbelasting op dividenden (art. 21, 6° WIB92): bovendien wordt het totaalbedrag van de eerste schijven van 170 euro (geïndexeerd bedrag) van de inkomsten van aandelen of delen van de door de NRC erkende coöperatieven, voor zover deze inkomsten noch aan residenterende vennootschappen, noch aan buiten¬landse gemeenschappen met een winstgevend doel onderworpen aan het BNI/ven worden toegekend, niet beschouwd als uitgekeerde dividenden in de zin van artikel 185, §1 van het WIB92.
Afwezigheid van herkwalificatie van interesten en dividenden: de interesten van voorschotten verleend door de vennoten van een vennootschap aan deze vennootschap zijn gewoonlijk geherkwalificeerd in dividenden als de interestvoet hoger is dan de rentevoet van de markt die van toepassing is op de dag waarop de voorschotten interesten beginnen voort te brengen of als het bedrag van de voorschotten hoger is dan het gestorte kapitaal, verhoogd met de reserves belastbaar bij het begin van de belastbare periode. Bij wijze van uitzondering zijn de schuldvorderingen op de vennootschappen erkend door de NRC niet geherkwalificeerd in dividenden door het wetboek van de inkomstenbelasting.
Verlaagd vennootschapsbelastingtarief: het wetboek van de inkomstenbelastingen voorziet een bepaald aantal gevallen waarin de vennootschappen worden uitgesloten van het verlaagd vennootschapsbelastingtarief. In een bepaald aantal gevallen zijn deze uitsluitingen niet van toepassing op de coöperatieve vennootschappen die erkend zijn door de NRC.