Uitbreiding Europese coördinatieregels inzake sociale zekerheid op onderdanen van derde landen vanaf 1 januari 2011
Sinds 1 mei 2010 wordt het toepasselijk sociaal zekerheidsstelsel voor onderdanen van EU-lidstaten tussen deze EU-lidstaten bepaald door de Verordeningen nrs. 883/2004 en 987/2009. De vorige Verordening nr. 1408/71 blijft in sommige situaties (overgangsperiode) en in relatie tot bepaalde landen (Zwitserland en de EER-landen die niet tot de EU behoren, nl. IJsland, Liechtenstein en Noorwegen) nog van toepassing. Dit was tot voor kort ook het geval voor niet EU-onderdanen waarvoor sinds juni 2003 een uitbreiding gold van de regels van de Verordening 1408/71 tussen de EU-lidstaten onderling.
Met de Verordening nr. 1231/2010 (Publicatieblad Europese Unie van 29 december 2010), zijn vanaf 1 januari 2011 de nieuwe coördinatieregels nu ook van toepassing op de onderdanen van derde landen die wettelijk in de Europese Unie verblijven, weliswaar in de mate dat er verschillende sociale zekerheidsstelsel van toepassing zouden kunnen zijn. Uitgesloten zijn dus de situaties waarbij een onderdaan van een derde land alleen banden heeft met dat derde land en met één enkele EU lidstaat. Hierbij moet gedacht worden aan de situatie waarbij een werknemer wordt gedetacheerd van Canada naar Frankrijk of een situatie van gelijktijdige tewerkstelling tussen bijvoorbeeld Turkije en Duitsland. In zulke situaties zal de Verordening nr. 883 geen toepassing vinden en zullen verder de bepalingen van eventuele bilaterale overeenkomsten tussen de betrokken landen of de bepalingen van de interne wetgeving gelden. Wanneer een vanuit Canada gedetacheerde werknemer daarentegen gelijktijdig werkzaamheden gaat verrichten in Frankrijk en België, zullen de bepalingen van de Verordeningen nrs. 883/2004 en 987/2009 vanaf 1 januari 2011 wel hun toepassing kunnen vinden voor het bepalen van het toepasselijke Europese sociale zekerheidsstelsel.
Deze uitbreiding van de Verordeningen nrs. 883/2004 en 987/2009 is niet van toepassing voor het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Voor het Verenigd Koninkrijk blijft verder de Verordening nr. 1408/71 van toepassing op onderdanen van derde landen. Voor Denemarken geldt de interne wetgeving of eventuele bilaterale overeenkomsten.
Het overgangsrecht zoals voorzien in de Verordeningen nrs. 883/2004 en 987/2009 zal eveneens toepassing vinden. Onderdanen van derde landen blijven bijgevolg in beginsel voor een periode van maximum 10 jaar (tot uiterlijk 31/12/2020) onder de oude Verordening nr. 1408/71 vallen zolang hun situatie niet wijzigt, maar kunnen ook expliciet vragen om onder de toepassing van de nieuwe Verordening te vallen, hetgeen mogelijk ook consequenties kan hebben voor de werkgever. Voor de concrete toepassing van de nieuwe EU Verordening met ingang van 1 januari 2011 op een bestaande tewerkstellingsituatie zal de aanvraag moeten ingediend worden voor eind maart 2011. Bij aanvragen na deze datum zal de gewijzigde wetgeving maar van toepassing zijn vanaf de eerste dag van de volgende maand.
Bron: Verordening (EU) nr. 1231/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot uitbreiding van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze verordeningen vallen, PB L 344 van 29.12.2010, blz. 1

Wilt u graag bijkomende informatie over dit onderwerp? Aarzel dan niet om contact op te nemen met een van de leden van het Competence Center "Employment Tax & Legal Services".