Personenbelasting
- Het voordeel van alle aard voor het privégebruik van een bedrijfswagen
Regeling tot 31 december 2011
Tot 31 december 2011 werd het voordeel berekend aan de hand van de CO2-uitstoot van de wagen. De CO2 werd enerzijds vermenigvuldigd met een coëfficiënt afhankelijk van de brandstof en anderzijds met een forfaitair bepaald aantal privékilometers in functie van de afstand woon-werkverkeer (5.000 of 7.500 kilometers, al naargelang de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling 25 km of meer bedraagt).
Nieuwe regeling met ingang van 1 januari 2012
De wet van 28 december 2011 heeft een nieuwe berekeningswijze voor de bepaling van het voordeel alle aard ingevoerd. Voortaan dient het voordeel van alle aard voor het privégebruik van een bedrijfswagen te worden berekend aan de hand van de cataloguswaarde (dit is de gefactureerde waarde, inclusief btw en opties, doch exclusief eventuele toegestane kortingen) van de wagen én de CO2-uitstoot.
De programmawet van 29 maart 2012 brengt alweer een aanpassing in het begrip "cataloguswaarde": de catalogusprijs van het voertuig in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier, inclusief opties en werkelijk betaalde btw, doch exclusief eventuele toegestane kortingen.
Een bedrag gelijk aan 6/7 van de cataloguswaarde dient te worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt afhankelijk van de CO2-uitstoot van de wagen. De coëfficiënt wordt vastgelegd op 5,5% bij een CO2-uitstoot van 95 g/km voor een dieselwagen en 115 g/km voor een benzinewagen of een wagen aangedreven door LPG- of aardgas. Per extra gram CO2/km meer dan wel minder zal deze coëfficiënt worden verhoogd dan wel verlaagd met 0,1% (zonder evenwel minder dan 4% dan wel meer dan 18% te bedragen). Wanneer geen informatie bekend is bij de Dienst Inschrijving Voertuigen omtrent de CO2-uitstoot, dan wordt deze geacht gelijk te zijn aan 195 g/km voor een dieselwagen en 205 g/km voor andere wagens. De referentie-CO2-uitstoot (voor dit jaar 95 en 115 g/km) zal jaarlijks bij KB worden vastgelegd.
De programmawet voorziet bovendien in een correctiefactor in functie van de leeftijd van het voertuig. De cataloguswaarde zal dan jaarlijks met 6 % verminderd mogen worden, zonder dat deze basis lager mag worden dan 70%:
- 0-12 m: 100%
- 13-24 m: 94%
- 25-36m: 88%
- 37-48m: 82%
- 49-60m: 76%
- Vanaf 61m: 70%
Deze leeftijdsparameter m.b.t. de wagen is gericht op zowel tweedehandsvoertuigen als voertuigen verworven in nieuwe staat, rekeninghoudend met het aantal maanden die verlopen zijn na de eerste inschrijving van het betrokken voertuig bij de DIV.
De programmawet voorziet dat deze nieuwe maatregel slechts van toepassing zal zijn voor de voordelen alle aard toegekend vanaf 1 mei 2012.
Het voordeel mag daarenboven nooit minder bedragen dan (te indexeren) 820 EUR per jaar (voor 2012: EUR 1.200).
Een eventueel door de genieter betaalde bijdrage mag van het aldus vastgelegde voordeel worden afgetrokken.
De berekening van het voordeel alle aard voor bedrijfswagens zal bijgevolg nog steeds forfaitair gebeuren, maar de afstand woon-werkverkeer wordt derhalve niet langer in aanmerking genomen.
Voorbeeld
Het voordeel van alle aard voor een dieselwagen met een CO2-uitstoot van 150 g/km werd tot 31 december 2011 als volgt berekend:
Woon-werkafstand < 25km = 5.000km x 0,00237 x 150 g/km = 1.777,50 EUR
Woon-werkafstand > 25km = 7.500 km x 0,00237 x 150 g/km = 2.666,25 EUR
Ingevolge de nieuwe maatregel zal het voordeel van alle aard als volgt worden berekend (uitgaande van een cataloguswaarde van 35.000 EUR):
35.000 EUR x 6/7 x 11% = 3.300 EUR
Stel dat in de situatie van het vorige voorbeeld de wagen 14 maanden geleden voor het eerst werd ingeschreven bij de DIV. Dan wordt het voordeel als volgt berekend:
35.000 EUR x 94% x 6/7 x 11% = 3.102 EUR
Bereken zelf het voordeel alle aard voor het privégebruik van een bedrijfswagen
Aandachtspunt
In de praktijk zal de vaststelling van de berekeningsbasis voor tweedehandswagens niet evident zijn omdat de koper vaak niet beschikt over de informatie (cataloguswaarde, prijs van de opties, ..). De administratie publiceerde inmiddels een aantal FAQ op haar website, die u hier kan lezen.
Belastingplichtigen met een bedrijfswagen, die de verplaatsingen voor woon-werkverkeer als beroepskost inbrengen in de personenbelasting (0,15 EUR/km), kunnen dit nog slechts doen tot maximaal het bedrag van het voordeel alle aard waarop zij worden belast (desgevallend verhoogd met de betaalde bijdrage in het voordeel).
In veel gevallen zal de nieuwe regeling tot gevolg hebben dat het voordeel van alle aard zal stijgen. In situaties waar de werknemer op dit ogenblik betaalt voor het privégebruik kan de financiële impact voor de werknemer eventueel worden beperkt door voor het privégebruik in de toekomst een voordeel van alle aard (op de loonfiche) te declareren.
Ook de privéaankoop van een wagen met een doorrekening van kilometers kan in bepaalde gevallen voordeliger uitvallen.
De nieuwe regeling geldt voor de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik, minibussen en de lichte ("onechte") vrachtwagens.
- Voordeel alle aard gratis terbeschikkingstelling van woning quasi verdubbeld
Oude regeling
Tot 31 december 2011 werd het voordeel alle aard voor de gratis terbeschikkingstelling van een woning als volgt bepaald (in de situatie van toekenning door een rechtspersoon van een woning - of deel van een woning - met een niet-geïndexeerd K.I. van meer dan 745 EUR):
Voorbeeld
2.500 EUR (geïndexeerd K.I.) x 100/60 x 2 x 5/3 = 13.888,88 EUR (gemeubileerde woning)
2.500 EUR (geïndexeerd K.I.) x 100/60 x 2 = 8.333,33 EUR (andere onroerende goederen)
Nieuwe regeling vanaf 1 januari 2012
In het kader van het regeerakkoord werd overeengekomen het forfait dat aangewend wordt voor de bepaling van het voordeel alle aard voor de gratis terbeschikkingstelling van een woning, quasi te verdubbelen. Inmiddels werd deze maatregel retroactief ingevoerd met ingang van 1 januari 2012 bij KB van 23 februari 2012 (B.S. 28/02/2012), zowel voor bedrijfsleiders als voor werknemers.
Voorbeeld
Zelfde gegevens als hiervoor:
2.500 EUR (geïndexeerd K.I.) x 100/60 x 3.8 x 5/3 = 26.388,88 EUR (gemeubileerde woning)
2.500 EUR (geïndexeerd K.I.) x 100/60 x 3.8 = 15.833,33 EUR (andere onroerende goederen)
Bereken zelf het voordeel alle aard voor de gratis terbeschikkingstelling van een woning vanaf 1 januari 2012
Daarnaast gelden ook nog volgende nieuwe forfaits:
Voor bedrijfsleiders:
Voordeel alle aard gratis verwarming: 1.820 EUR (1.640 EUR voor inkomstenjaar 2011)
Voordeel alle aard gratis elektriciteit: 910 EUR (820 EUR voor inkomstenjaar 2011)
Voor andere verkrijgers:
Voordeel alle aard gratis verwarming: 820 EUR (820 EUR voor inkomstenjaar 2011)
Voordeel alle aard gratis elektriciteit: 410 EUR (420 EUR voor inkomstenjaar 2011)
- Aandelenopties onderworpen aan hogere belasting
Het percentage voor de berekening van het voordeel alle aard inzake aandelenopties, die vallen onder de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch plan voor de werkgelegenheid, wordt opgetrokken van 15% naar 18%. Voor gevallen waarin het voordeel wordt gehalveerd (bv. onder bepaalde voorwaarden door de werkgever toegekende opties op aandelen van de vennootschap waarvoor men werkt) stijgt het voordeel bijgevolg van 7,5% naar 9%.
Dit percentage is van toepassing op opties die de begunstigde schriftelijk heeft aanvaard binnen een termijn van 60 dagen volgend op de datum van aanbod. Opties die nadien worden aanvaard ondergaan in principe het gewoon belastingregime (belastingheffing als beroepsinkomen bij lichting van de optie).
Aandachtspunt
Gelet op de tariefstijging zal nog meer dan vroeger de afweging dienen te worden gemaakt of niet beter wordt gewacht met de aanvaarding van de opties tot na voormelde termijn van 60 dagen.
De nieuwe percentages gelden voor de aandelenopties die worden aangeboden vanaf 1 januari 2012.
(Bron: Wet diverse bepalignen van 28/12/2011).
- Wijzigingen in het tarief van de roerende voorheffing
Met het oog op de harmonisatie van de tarieven inzake roerende voorheffing die wordt ingehouden op dividenden en intresten, werd het tarief vastgesteld op 21%, evenwel mits volgende uitzonderingen:
- Behoud van het tarief van 15% met betrekking tot spaargelden (met behoud van de vrijstelling van de eerste schijf) en recent uitgegeven staatbons;
- Behoud van 10% roerende voorheffing op liquidatieboni;
- Behoud van het 25%-tarief voor roerende inkomsten die reeds aan dit tarief waren onderworpen;
- Bijkomende heffing van 4% op het roerende inkomen dat op jaarbasis het bedrag van 20.000 EUR overschrijdt. Deze crisisbelasting zou evenwel niet van toepassing zijn op vrijgestelde intresten (vb. op spaargelden) en liquidatieboni noch op intresten en dividenden onderworpen aan het tarief van 25% roerende voorheffing. Met uitzondering van de vrijgestelde intresten op spaargelden, de liquidatieboni en inkomsten uit staatsbons, dienen deze inkomsten wel in aanmerking te worden genomen om te bepalen of de 20.000 EUR grens overschreden wordt.
De verkrijger van de roerende inkomsten heeft de keuze om:
- ofwel de bijkomende heffing aan de bron te laten inhouden door een tussenpersoon (financiële instelling) zonder dat de belastingadministratie op de hoogte wordt gebracht van de ontvangen roerende inkomsten;
- ofwel om de bijkomende heffing in de personenbelasting te laten vestigen op basis van de gegevens in de aangifte. In het laatste geval zal de schuldenaar van de roerende voorheffing verplicht zijn om jaarlijks de noodzakelijke gegevens aan een centraal aanspreekpunt toe te zenden. Deze gegevens worden vervolgens doorgezonden naar de belastingadministratie die deze mee opneemt bij de vestiging van de personenbelasting.
Op dit ogenblik zijn er tegenstrijdige berichten over het feit of er al dan niet gemeentelijke opcentiemen zullen verschuldigd zijn op de aangegeven roerende inkomsten. De combinatie van de implementatie van het voorgaande met de bestaande wetgeving zorgt er namelijk voor dat er op de verschuldigde roerende voorheffing automatisch gemeentebelastingen verschuldigd zijn. Minister van Financiën zou reeds bevestigd hebben dat een reparatiewet zich opdringt.
Er kunnen bij wijze van voorbeeld een aantal situaties worden onderscheiden:
Totaal roerende inkomsten | Vrijgesteld | Tarief 15% RV op | Tarief 21% RV op | Tarief 25% RV op | 4% bijkomende heffing op | Toelichting bij de 4% bijkomende heffing |
15.830 | 1.830 | 1.000 | 13.000 | | 0 | Totaal roerend inkomen< 20.000 |
22.830 | 1.830 | 6.000 | 15.000 | | 1.000 | Vrijgestelde intresten uit spaargelden niet meegerekend voor de 20.000 EUR grens |
25.830 | 1.830 | | 3.000 | 21.000 | 3.000 | Roerende inkomsten onderworpen aan 25% RV worden meegerekend voor de 20.000 EUR grens, doch niet voor de berekening van de 4% bijkomende heffing |
Voorbeeld: belastingdruk op dividenden
Dividenden | 15% RV (EUR) Regeling vóór 1/1/2012 | 21% RV (in EUR) | 21% RV + 4% (EUR) |
Omzet | 2.000 | 2.000 | 2.000 |
Kosten | -1.000 | -1.000 | -1.000 |
Resultaat | 1.000 | 1.000 | 1.000 |
Ven. B | -340 | -340 | -340 |
Na belastingen | 660 | 660 | 660 |
RV | -99 | -139 | -165 |
Netto | 561 | 521 | 495 |
Belastingdruk | 44% | 48% | 50,50% |
De nieuwe regeling is van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2012.
Aandachtspunt
Inmiddels werd het aangifteformulier (273 C) gepubliceerd.
Lees hier in dit verband het persbericht van 5 april 2012 uitgegeven door het Presscenter.
Het aangifteformulier 273 C kan u tevens hier downloaden.
- Hogere belasting van door de werkgever opgebouwde pensioenkapitalen: het afzonderlijk tarief van 16,5% zou worden verhoogd naar 20%, respectievelijk 18%, afhankelijk van de leeftijd waarop het pensioen ingaat (60 jaar of 61 jaar).
- Wijziging van de 80%-regeling: voor groepsverzekeringen zou naast de 80%-regeling ook een loonplafond worden ingevoerd: de gestorte bijdragen zijn slechts aftrekbaar in de mate dat het aanvullend pensioen, gecumuleerd met het wettelijk pensioen niet het maximale overheidspensioen overschrijdt.
- De belastingvermindering met betrekking tot de persoonlijke pensioenbijdragen (2de en 3de pijler) zou op uniforme wijze worden beperkt tot 30%.
De bijkomende beperking van de 80%-regeling heeft tot gevolg dat de verzekerde kapitalen worden beperkt in absolute hoogte. Rekening houdend dat het maximale ambtenarenpensioen momenteel ongeveer 72.500 EUR op jaarbasis bedraagt, dan is de maximale verzekerbare jaarrente voor een zelfstandige die het maximale zelfstandigenpensioen geniet ongeveer 58.500 EUR. Omgezet in een eenmalig verzekerd kapitaal betekent dit de volgende maxima (bedragen naar beneden afgerond):
| Gehuwd / wett. samenw. | Ongehuwd / feit. samenw. |
65 jaar | 1.050.000 EUR | 900.000 EUR |
60 jaar | 925.000 EUR | 775.000 EUR |
In tegenstelling tot wat initieel was voorzien in de nota Di Rupo, zou de belastingvermindering voor dienstencheques toch behouden blijven, doch wordt het bedrag van de cheque opgetrokken naar 8,5 EUR in 2013.
De belastingvrije som zou verhoogd worden met 200 EUR voor de lage en middeninkomens (initiatieven te verwachten voor het jaar 2013). Hierover is echter nog maar weinig informatie bekend.
- Omvorming aftrekbare uitgaven tot belastingvermindering
Deze omvorming zou gelden voor aftrek eigen woning, kinderoppas, giften (45%). Voor de andere uitgaven die nu een belastingvermindering opleveren tegen de "bijzondere gemiddelde" aanslagvoet (tarief tussen de 30 en 40%) zou de belastingvermindering worden teruggebracht tot 30%.
- Energiebesparende investeringen
Belastingvermindering voor lage energiewoningen en nulenergiewoningen
De belastingvermindering voor lage energiewoningen en nulenergiewoningen wordt afgeschaft vanaf aanslagjaar 2013. Voor de woningen waarvoor uiterlijk op 31 december 2011 een certificaat werd uitgereikt, wordt de belastingvermindering nog verleend. Bovendien krijgen de gewestelijke administraties en instellingen nog tot 29 februari 2012 de tijd om de aanvraagdossiers te behandelen die uiterlijk op 31 december 2011 werden ingediend. Dergelijke certificaten zullen worden behandeld als uitgereikt op 31 december 2011.
Belastingvermindering voor andere energiebesparende investeringsuitgaven
Het fiscale voordeel van andere energiebesparende investeringsuitgaven wordt eveneens grotendeels afgeschaft (met uitzondering van dakisolatie, cfr. infra). Wie voor dergelijke andere energiebesparende investeringsuitgaven (bv. oude stookketels, dubbele beglazing) die in 2012 worden gedaan evenwel nog een contract had ondertekend op uiterlijk 27 november 2011, zal nog recht hebben op de bedoelde belastingvermindering en blijft het tarief van 40% behouden. Het fiscale voordeel dat voortvloeit uit overgedragen vermindering van vorige belastbare tijdperken zal eveneens behouden blijven voor de in 2012 betaalde uitgaven die kaderen in een overeenkomst die vóór 28 november 2011 is ondertekend. Voor uitgaven vanaf 1 januari 2013 zal geen overdracht meer mogelijk zijn.
Belastingvermindering voor dakisolatie
De belastingvermindering voor dakisolatie blijft behouden, maar wordt beperkt tot 30% voor de contracten die na 27 november 2011 werden afgesloten. Voor contracten afgesloten uiterlijk op 27 november 2011 blijft het tarief van 40% behouden. De hoger aangehaalde overdracht van niet-gebruikte belastingvermindering naar de drie volgende belastbare tijdperken is enkel nog mogelijk wanneer de overeenkomst op uiterlijk 27 november 2011 werd afgesloten. Voor uitgaven die worden betaald vanaf 1 januari 2013 is geheel geen overdracht meer mogelijk.
De omzetting van de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen in een terugbetaalbaar belastingkrediet
De omzetting van de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen in een terugbetaalbaar belastingkrediet blijft behouden voor het overgedragen overschot van de verminderingen met betrekking tot betaalde energiebesparende uitgaven tijdens de belastbare tijdperken 2010 tot 2012. Deze maatregel geldt met ingang van aanslagjaar 2014.
Groene leningen
De belastingvermindering voor interesten op zogenaamde groene leningen blijft behouden, doch het tarief wordt vanaf aanslagjaar 2013 gereduceerd tot 30%.
(Bron: Wet diverse bepalingen van 28/12/2011)